Grote Boem

Ik heb in een vorig artikel gezegd dat hard wetenschappelijk bewijs voor of tegen God niet bestaat. Maar dat we wel om ons heen kunnen kijken om voor onszelf een conclusie te trekken of God al dan niet bestaat. Net zoals er in een rechtszaak naar al het bewijs, alibi’s en motieven wordt gekeken, omdat er meestal geen keihard onomstotelijk bewijs voorhanden is. Het lijkt mij daarom niet meer dan redelijk om eens zo’n punt te noemen dat voor mij aantoont dat er een God bestaat.

De wetenschap is er in de afgelopen eeuw achter gekomen dat het universum een beginpunt moet hebben. Eerder was de algemene wetenschappelijke opvatting dat het universum eeuwig moest zijn. Deze verandering heeft gevolgen voor de vraag of God zou bestaan. Als het universum eeuwig bestaat en dus geen beginpunt heeft, dan is er ook geen God nodig om dit te creĆ«ren, zo werd er geredeneerd. Dat kun je goed zien bij bijvoorbeeld Einstein. Einstein moest ook creatief theoretiseren om toch een eeuwig universum te ondersteunen met z’n relativiteitstheorie. Hij koos ervoor om tegen de uitkomsten van z’n onderzoek in te gaan, omdat hij er niet aan wou dat het universum een beginpunt had. Hij begreep heel goed wat voor filosofische consequenties dat had. Uiteindelijk heeft hij ook de waarheid onder ogen moeten zien: Het universum is niet eeuwig.

Maar nu men weet dat er wel degelijk een beginpunt moet zijn geweest, rijst de vraag: hoe kan dat? De wetenschap accepteert de verklaring ‘God heeft het gemaakt’ uiteraard niet. In plaats daarvan is het idee van een Big Bang ontstaan. Een theorie kan je het nauwelijks noemen. Het principe van een Big Bang gaat in tegen vele natuurwetten. Er is dan ook geen wetenschapper die er echt chocola van kan maken. Het is tot nu toe eigenlijk niet meer dan een idee, een opvatting, een overtuiging, in feite een geloof. Namelijk overtuigd zijn van datgene wat niet gezien kan worden. Daarmee kun je je ook afvragen of het wel wetenschap genoemd mag worden.

Daarnaast blijft de echte vraag onbeantwoord: Hoe kan er uit niets, iets ontstaan. Volgens mij kan ieder mens op z’n klompen aanvoelen hoe belachelijk het is dat het complete universum ontstaan zou zijn uit letterlijk niets. En dan ook nog spontaan. Voor de duidelijkheid: met alles wordt het hele universum bedoeld, welke bestaat uit ruimte, tijd en materie. En aangezien er voor de Big Bang geen sprake was van materie of natuurwetten, is een Big Bang en met name de oorzaak ervan, per definitie bovennatuurlijk. We zien in de wereld om ons heen nooit iets gebeuren zonder oorzaak. Vaak is de oorzaak niet meteen duidelijk of alleen zichtbaar voor echte experts, maar dat elke gebeurtenis een oorzaak heeft is algemeen aanvaard. Daarom is het ook volstrekt rationeel en redelijk om ook bij het ontstaan van het universum van een of andere oorzaak uit te gaan.

Het idee dat alles gemaakt is door een God die zelf buiten het universum bestaat, dus buiten tijd, ruimte en materie, is een erg aannemelijke verklaring. Dat is dan ook mijn overtuiging. De overtuiging dat er niets, zonder reden, spontaan is ontploft en dat er, als gevolg van dat ontplofte niets, een volledig universum ontstond, vind ik een stuk fantastischer en ongeloofwaardiger.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>